Op 7 november 2019 vond de Dag van het Sportonderzoek (DSO) 2019 plaats in Amsterdam. Het InnoSportLab ‘s-Hertogenbosch was deze dag vertegenwoordigd door collega bewegingswetenschapper Nienke Ekelenkamp, die een presentatie gaf in de themasessie ‘Training van de toekomst’. Ook hingen er 2 posters vanuit het ISLDB over de meerwaarde van het gebruik van het Optogait systeem bij een Voorste Kruisband Revalidatie en over groei, belasting en blessures binnen het damesturnen.

De samenvatting van de presentatie in de themasessie:

TITEL – Analyseren en verbeteren van pirouettes bij topturnen met behulp van 3D motion tracking

AUTEURS – Maurice Aarts, Stephanie van Cappellen, Nienke Ekelenkamp, InnoSportLab ’s-Hertogenbosch – Innovatie in gymnastische sporten. E-mail: info@isldb.nl Website: https://www.isldb.nl

INLEIDING – Bij damesturnen moet een oefening bestaan uit verschillende elementen (FIG, 2017). Een van die vereiste elementen zijn de draai-elementen (rotaties) om de lichaamslengte-as, ofwel de pirouettes. Meer pirouettes verhogen de elementwaarde en daarmee de moeilijkheidsgraad van de oefening. Het juist uitvoeren van de pirouettes en het in staat zijn om meerdere draaien te maken vereist een aantal fysieke en technische aspecten (Carmen, 2015). Met behulp van het 3D motion tracking system MVN Analyze van Xsens (Roetenberg e.a., 2013) kunnen verschillende rotaties in de sportpraktijk in kaart worden gebracht. Individueel kan zo geanalyseerd worden wat er aangepast moet worden om tot een betere pirouette te komen. In dit pilot-onderzoek is de volgende vraag van een topturnster uit de Oranjeselectie beantwoord: “Moet ik mijn hoesnelheid van de pelvis – ten opzichte van een drievoudige pirouette – verhogen om een viervoudige pirouette te kunnen maken?”

METHODE – Het Xsens 3D motion tracking system bevat 17 tracking sensoren (Roetenberg e.a., 2013).  Met behulp van dit systeem en Xsens MVN Analyze zijn de 1/1 pirouette, 2/1 pirouette en 3/1 pirouette van de topturnster geanalyseerd. Hierbij is – naast de hoeksnelheid van de pelvis – ook de positie van het lichaamszwaartepunt (LZP) tijdens de pirouettes geanalyseerd.

RESULTATEN – Uit de analyses bleek dat het LZP van de proefpersoon naar ventraal verschoof gedurende de derde pirouette. Daarnaast werd de draaisnelheid groter na afloop van de eerste pirouette, maar werd er geen verschil in draaisnelheid gevonden tussen de tweede en derde pirouette.

DISCUSSIE/CONCLUSIE – Om tot een betere pirouetteprestatie te kunnen komen moet de turnster haar LZP langer centraal kunnen houden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat voor een vierde pirouette een hogerer draaisnelheid van de pelvis nodig is dan tijdens de tweede en derde pirouette.

REFERENTIES
Carmen, G. (2015). Improving the pirouettes execution technique in rhythmic gymnastics by means of            balance development programs. Scientific Journal of Education, Sports, and Health. Vol.        XVI/2015(1). Download (PDF).
Fédération Internationale de Gymnastique (FIG) (2017). 2017-2020 CODE OF POINTS in Women’s Artistic Gymnastics. Approved by the FIG Executive Committee. Download (PDF).
Roetenberg, D.,Luinge, H., & Slycke, P (2013). Xsens MVN: Full 6DOF Human Motion Tracking Using    Miniature Inertial Sensors. XSENS TECHNOLOGIES, 2013. Dowload (PDF).